Jaap Breunesse bij aangekondigd afscheid: ‘Ik geloof heel erg in de focus op goed werkgeverschap’

‹ Terug
Hibin : 21 april 2022
Na 34 jaar advies op het gebied van juridische en arbeidszaken geniet Jaap Breunesse vanaf 13 april dit jaar van zijn welverdiende pensioen. Alhoewel … Tot eind mei blijft hij beschikbaar om zijn opvolger, Marc Donckers, wegwijs te maken in de cao voor de bouwmaterialengroothandel en afstemming en advisering daaromheen. Daarna komt dan echt een einde aan een periode waarin hij de branche en Hibin zag veranderen.
Jaap begon bij Hibin aan de vooravond van een vernieuwingsslag onder leiding van toenmalig voorzitter Bram Lingen en directeur Joop Tempelman. Zijn eerste werkdag was in het nieuwe kantoor in Driebergen, maar zijn sollicitatiegesprek vond nog plaats in het statige grachtenpand aan de Keizersgracht, waar Hibin sinds 1928 gevestigd was. "Het was er archaïsch en muf met eikenhouten meubels en glas-in-loodpanelen aan de muur”, vertelt Jaap. "Het was hol, leeg en veel te groot. Ik dacht ‘waar ben ik nu beland’; alsof ik een stap terug deed in de tijd. Maar directeur Tempelman schetste een beeld van een organisatie die in de vaart der volkeren zou worden opgenomen. Met een nieuw team, met nieuw elan. Dat sprak aan. Ik verruilde het gemeentelijke Havenbedrijf Amsterdam voor Hibin en ben gebleven.”

Het klusje klaren
De nieuwe locatie in Driebergen lag centraal en was efficiënt en zakelijk ingericht. "Joop Tempelman, die bij Twijnstra Gudde en OGEM vandaan kwam ‘zou het klusje wel even klaren’, herinnert Jaap zich. "Hibin was tot dat moment een echte werkgeversorganisatie, die moest worden omgevormd tot een moderne brancheorganisatie. Maar veranderen was niet zo gemakkelijk. De organisatie droeg de last van het verleden. Het is echt een zoektocht geweest. Het beeld dat leden van Hibin hadden was dat van de grote verbinder. De organisatie was naar binnen gericht en had in de praktijk als voornaamste doel de onderliggende verhoudingen goed te houden en de markt af te schermen voor nieuwkomers. Dat laatste was er al snel af, maar het heeft nog wel tot in het nieuwe millennium geduurd voor de omslag echt gemaakt was. Hibin bleef in eerste aanleg gericht op de onderliggende verhoudingen. Dat zag je terug in de meerdaagse branchedagen waarbij ook een speciaal programma voor de partners werd georganiseerd en waarbij voorzitter Bram Lingen de rol van een soort pater familias had. Daar genoot hij zelf ook van.”

Hans Wiegel
"Er werden veel reisjes gemaakt. Hibin kende toen nog afdelingen En een aantal ging af en toe met elkaar op reis. Meestal stedentrips. Er werden geen afspraken gemaakt of markten verdeeld, daarvoor was de onderlinge concurrentie veel te sterk. De trips waren bedoeld om te netwerken, maar plezier stond voorop. Dat gold ook voor het programma rond de algemene ledenvergaderingen op wat toen nog de Hibin Branchedagen heette. Ik herinner me nog een branchedag in Drachten begin jaren negentig. De formele vergadering vond plaats in een theater en Hans Wiegel was uitgenodigd om het geheel luister bij te zetten. Bram Lingen stond hem op te wachten op het bordes met zijn Hibin-ambtsketting om. Hans Wiegel, die er alleen maar was omdat hij Hans Wiegel was, grapte dat hij door de burgemeester van Drachten werd ontvangen. In dat beeld zag ik de naweeën van de Amsterdamse periode.”

Inkooporganisatie en concentratie
De cao is in al die jaren de rode draad geweest in het werk van Jaap als adviseur juridische- en arbeidszaken. Daarbij heeft hij het speelveld binnen de branche drastisch zien veranderen. Hibin had bij het eeuwfeest in 2005 nog 164 leden met 330 vestigingen. Het aantal vestigingen steeg tot boven de vierhonderd, maar het aantal leden daalde. Jaap: "In de afgelopen decennia zag je de opkomst van de inkooporganisaties en concentratie door overname van familiebedrijven door concerns. Heel veel kleine en middelgrote bedrijven zijn in de loop de jaren verdwenen en daarmee ook het karakter van Hibin als vereniging voor directeur-grootaandeelhouders (dga). Ook de afdelingen die zo belangrijk waren voor de contacten, zowel onderling als met de bureaumedewerkers van Hibin, werden opgeheven.Zeker na 2000 kwam er veel meer oog voor de toegevoegde waarde. Het assortiment verbrede zich. Er kwamen shops voor de ZZP’ers. One stop shopping en kwaliteit van dienstverlening: advies, logistiek, etc. Men moest zich ook wel gaan onderscheiden. Iedereen verkocht hetzelfde en wilde voorkomen dat alleen met de prijs het verschil gemaakt kon worden. ‘Denk om de marge’, riep Bram Lingen altijd in zijn toespraken. Maar die kreet heb ik twintig jaar niet meer gehoord. De branche heeft een professionaliseringsslag doorgemaakt en dat zag je ook terug in de rol van Hibin. Relatiebeheer bleef belangrijk voor Hibin maar was niet meer het enige waar de vereniging op dreef.”

Ondersteuning onderneming centraal
"Je wilt iets betekenen voor leden en ook richting geven bij nieuwe ontwikkelingen. Dat werd de strategie van Hibin. Dat is ook waarom bedrijven lid zijn. Voor 2000 stond ondersteuning van de ondernemer als persoon centraal dat is nu veel meer het bedrijf, de onderneming, als geheel De collectieve arbeidsvoorwaarden – cao en pensioen - en daarnaast scholing zijn nog steeds heel belangrijke pijlers onder de brancheorganisatie. In die geleidelijke omslag was het aantal leden dat vertrok marginaal. Omgekeerd is het steeds lastig gebleken nieuwe leden aan te trekken.”

"Waar onder Tempelman aan de lopende band nieuwe initiatieven werden ontplooid, die niet altijd tot resultaat leidden, is er met het aantreden van Peter van Heijgen als directeur meer structuur en continuïteit in de organisatie gekomen. In alles werd de vraag ‘wat hebben leden eraan?’ leidend. Daarbij was ook de toenemende zichtbaarheid van Hibin en de branche van wezenlijk belang. Die zichtbaarheid groeide, doordat de collectieve identiteit niet langer alleen door interne onderwerpen werd bepaald. Als moderne brancheorganisatie nemen we inmiddels verantwoordelijkheid voor goed werkgeverschap en een aantal maatschappelijke opgaven, zoals verduurzaming, bouwlogistiek en digitalisering. Voor de toekomst van de branche is dat een goede zaak. Het leidt tot een krachtig profiel. Daar geloof ik in. En daar mag wat mij betreft nog best een tandje bij, zodat het zich verder kan ontwikkelen. Gelukkig gebeurt dat ook. Hibin legt steeds vaker de verbinding met partijen die vergelijkbare belangen hebben. Dat biedt leden ook op lange termijn meer voordelen. Het recente, gezamenlijk optrekken in de discussie over de binnenstedelijke logistiek naar de gemeente Amsterdam, is daar een voorbeeld van. Hibin laat daar heel concreet zien wat je als vertegenwoordiger van de branche kunt betekenen voor leden. Kortom, zichtbaarheid betekent dat je je sterk kunt maken, dat je serieus wordt genomen en zo belangen van leden kunt behartigen.”

Goed werkgeverschap
Jaap’s opvolger wordt in plaats van adviseur juridische- en arbeidszaken Programmanager Werkgeverschap. De collectieve arbeidsvoorwaarden blijven belangrijk binnen het takenpakket maar bestuur en bureau willen meer inzetten op het helpen van de leden om het beste uit hun mensen te halen, Jaap: "Een duidelijke en breed gedragen visie op goed werkgeverschap moet, meer nog dan nu al het geval is, het profiel van de branche bepalen. Vanuit mijn rol geloof ik heel erg in de keuze die we hebben gemaakt voor meer focus op goed werkgeverschap, op de ondersteuning van bedrijven bij een goed en effectief personeelsbeleid. Dat gaat verder dan goede collectieve arbeidsvoorwaarden. Een van de eerste taken van mijn opvolger zal zijn om langs te gaan bij de bedrijven, in gesprek te gaan en te achterhalen waar de behoeftes liggen om zo vanuit een breed gedragen visie te kunnen werken aan een goede ondersteuning van de leden. De contacten met de mensen in de bedrijven heb ik altijd heel plezierig en prettig gevonden, dus dat moet goed gaan. Appeltje eitje zou ik zeggen.”