Uitgebreid verslag Hibin Themabijeenkomst Bouwlogistiek bij Vlarotech
Uitgebreid verslag Hibin Themabijeenkomst Bouwlogistiek bij Vlarotech
Veel in beweging, maar er kan meer dan vaak wordt gedacht
Tijdens de themabijeenkomst Bouwlogistiek op 10 maart bij Vlarotech in Zwaag werd opnieuw duidelijk hoeveel er tegelijk op onze branche afkomt. Elektrificatie, zero-emissiezones, veranderende regels voor zwaar transport, subsidiemogelijkheden, kilometerheffing, fluctuatie in brandstofprijzen en technologische ontwikkelingen maken dat bouwmaterialengroothandelaren de komende jaren keuzes en investeringen zullen moeten maken. Tegelijk liet de middag ook zien dat er in de praktijk al veel mogelijk is – en dat goed inzicht in techniek, wetgeving en businesscase het verschil maakt.
Wie nog meer de diepte in wil op de technische details en praktijktoelichting van de sprekers, kan onderaan dit artikel de video-opname terugkijken of de presentaties downloaden (exclusief voor Hibin leden). In dit verslag zetten we de belangrijkste lijnen en inzichten op een rij.
Onder leiding van Ad Blokker, programmamanager Maatschappelijke Opgaven bij Hibin, kwamen vier invalshoeken samen in een programma dat voor de aanwezigen direct relevant was: technische praktijk, regelgeving, subsidies en gebruikerservaringen.
Vlarotech: techniek, opbouw en inzetbaarheid
Jan Vlaar van Vlarotech trapte af met een inhoudelijke sessie over de technische kant van zero-emissie bouwlogistiek. Hij liet zien hoe een elektrische bakwagen met kraan efficiënt kan worden opgebouwd met een elektrische PTO (Power Take-Off) en wat daarvoor nodig is in ontwerp en uitvoering. Daarbij ging het niet alleen over de techniek zelf, maar vooral over de praktische inzetbaarheid van het voertuig.
Juist bij elektrische voertuigen telt elk detail mee. Waar bij dieseltrucks veel zaken min of meer vanzelfsprekend zijn, vraagt een elektrische truck om andere afwegingen. Denk aan gewichtsverdeling over de assen, de positie van batterijpakketten, het extra energieverbruik van de kraan, de impact van de opbouw op laadvermogen en de invloed daarvan op actieradius en inzetbaarheid. Ook de beperkingen in stedelijke gebieden spelen mee, bijvoorbeeld rond lengte, gewicht en venstertijden. Zeker in regio’s als Amsterdam en Utrecht heeft dat direct effect op de bruikbaarheid van een voertuig in de dagelijkse praktijk.
De voorbeelden maakten duidelijk dat elektrificatie van voertuigen met kraan of specialistische opbouw al veel verder is dan soms wordt gedacht. Tegelijk blijft het maatwerk. Welke configuratie werkt, hangt sterk af van het gebruiksprofiel, het type ritten, de inzet van de kraan, de gewenste actieradius en de totale logistieke operatie van een bedrijf. Ook het gekozen chassis speelt daarin mee: tussen merken als Volvo, DAF, Mercedes-Benz en Scania bestaan duidelijke verschillen in voertuigopbouw, accupakket, wielbasis en technische mogelijkheden.
Krijgt de handel het rond?
Vervolgens ging Edwin Schoon in op de ontwikkelingen rond rekeningrijden voor zwaar transport en de impact daarvan op de dagelijkse praktijk. Zijn bijdrage maakte duidelijk dat nieuwe regelgeving niet alleen extra kosten of complexiteit betekent, maar ook commerciële kansen kan bieden.
Wie zijn logistieke stromen goed kent en vooruitkijkt naar de effecten van heffingen, zero-emissiezones, voertuigkeuzes en de fors gestegen dieselkosten, kan eerder tot een rendabele investering komen dan op het eerste gezicht misschien lijkt.
De vraag of je als bedrijf nu al moet instappen, hangt daarbij sterk af van je eigen praktijk: je vestigingslocatie, type ritten, dienstverlening, klantenbestand, contractafspraken en de mate waarin je belevert in stedelijk gebied en specifiek de ZE-zone. Juist daarom is een generieke benadering lastig; de juiste keuze verschilt per bedrijf. Maar je moet echt nu beginnen met de verkenning ervan.
Subsidies: meer mogelijk dan vaak wordt gedacht
Daarna volgde een overzicht van subsidiemogelijkheden door Erik van der Eng van ZET. Daarbij werd nadrukkelijk breder gekeken dan alleen de bekende regelingen. Aan bod kwamen onder meer de SSEB, AanZET, SPRILA en SPULA en hoe je regelingen kunt ‘stapelen’. Daarmee werd duidelijk dat er voor ondernemers op verschillende onderdelen van de investering kansen liggen: niet alleen bij de aanschaf van een zero-emissie vrachtwagen, maar ook bij de laadinfra en de verdere inrichting daaromheen.
De praktijk leert dat bedrijven hier nog geregeld kansen laten liggen. Niet omdat de mogelijkheden er niet zijn, maar omdat regelingen op het juiste moment moeten worden aangevraagd en goed moeten aansluiten op de investering en planning van het bedrijf. Het wel of niet meenemen van een regeling kan grote invloed hebben op de businesscase van een investering in zero-emissie voertuigen, opbouw en laadinfrastructuur. Niet alleen de techniek vraagt voorbereiding, ook het subsidietraject vraagt timing, inzicht en een goede aanpak. De combinatie van voertuigkeuze, laadoplossing en subsidiemogelijkheden bepaalt uiteindelijk of een investering haalbaar en rendabel wordt.
Transporteur met ervaring: de praktijk van BQ Duiker
Tot slot deelde Berry Conijn van BQ Duiker zijn ervaringen met elektrische vrachtwagens met elektrische kraan in stedelijke bouwlogistiek. Wat werkt goed? Waar loop je tegenaan? Hoe laadt je op en hoe regel je de stroom in netcongestiegebied? En wat vraagt het van planning, inzet en dagelijkse operatie? Zijn verhaal liet zien dat elektrisch rijden in werkgebied Amsterdam voor hen dagelijkse praktijk is.
Tegelijk vraagt het om andere keuzes en een andere manier van organiseren. Dat geldt voor voertuigselectie, maar net zo goed voor laadstrategie, ritplanning, inzet van chauffeurs en afstemming met klanten. Ook factoren als laadmomenten, inzetduur van de kraan en de beschikbaarheid van voldoende stroomcapaciteit spelen een steeds grotere rol.
BQ Duiker begon met één truck, rijdt nu met twee, maar breidt dit jaar uit naar drie elektrische trucks in de vloot. Maar gaf ook aan dat in de praktijk ook grenzen ontstaan. Denk aan gecontracteerd transportvermogen (GTV), het aantal laadcycli dat ’s nachts mogelijk is, netcongestie en de vraag of de beschikbare aansluiting nog meegroeit met de ambities. Volgens Berry Conijn betekent dat niet dat verdere stappen onmogelijk zijn, maar wel dat samenwerking en creativiteit belangrijker worden. Als een naastgelegen bedrijf stroom over heeft, ontstaan er soms weer nieuwe mogelijkheden. Dat geldt ook voor het slim inzetten van batterijen en energieopslag. Op die manier lukt het BQ Duiker in de toekomst mogelijk met vier BEV-trucks te kunnen rijden. Ook richting 2030 en daarna blijft dit voor veel bedrijven een puzzel die vraagt om technisch inzicht én praktisch ondernemerschap.
Waardevolle middag voor de branche
Naast de inhoudelijke presentaties bood de bijeenkomst volop ruimte om ervaringen uit te wisselen met mede branchegenoten. Ook de rondleiding door de nieuwe carrosseriefabriek van Vlarotech gaf een interessante extra inkijk in de technische praktijk achter voertuigopbouw en innovatie.
De middag bij Vlarotech bevestigde daarmee opnieuw waarom elektrificatie en bouwlogistiek voor de bouwmaterialengroothandel een belangrijk thema zijn. De ontwikkelingen volgen elkaar snel op, maar er ontstaan ook nieuwe kansen voor bedrijven die nu al werken aan inzicht, voorbereiding en slimme keuzes. Precies daarom blijft Hibin dit onderwerp agenderen: zodat leden beter zicht krijgen op wat er speelt, wat eraan komt en waar ruimte zit om stappen te zetten.
- Bekijk video-opname
- Presentatie Vlarotech - volgt
- Presentatie Edwin Schoon
- Presentatie ZET