Verslag | Themamiddag DPP – Wat komt er op ons af?
Verslag | Themamiddag DPP – Wat komt er op ons af?
7 mei 2026
Het Digitaal Productpaspoort (DPP) komt eraan. De exacte invulling verschilt straks per productgroep, maar duidelijk is wel dat de Europese regelgeving ook van grote invloed gaat zijn op de bouwketen. Met de komst van de DPP wordt het voor fabrikanten, handel, bouwers en verwerkers steeds belangrijker om te werken met betrouwbare en uitwisselbare productdata.
Tijdens de Hibin-themamiddag over het DPP – in samenwerking met Ketenstandaard, Zeeboer en BMI Group – kwamen producenten, groothandels, dataspecialisten en softwarepartijen samen om de laatste ontwikkelingen te bespreken, ervaringen te delen en om met elkaar in gesprek te gaan hoe hiermee om te gaan. Wat zijn de praktische gevolgen en technische uitdagingen? Daar zochten we antwoord op.
Europese regelgeving als basis
Eduard Beekhuizen van Ketenstandaard gaf een toelichting op de Europese ontwikkelingen rondom het DPP. Het DPP komt voort uit de Europese Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR – EU-verordening). Voor bouwproducten speelt daarnaast ook de herziene Construction Products Regulation (CPR) een belangrijke rol.
Mind-you: de regelgeving is op dit moment nog volop in ontwikkeling. Europa werkt per productgroep uit welke informatie straks verplicht beschikbaar moet zijn in een DPP. Wel is duidelijk dat er meer transparantie over producten, betere uitwisselbaarheid van data en ondersteuning van circulariteit van ons gevraagd wordt.
Volgens Eduard Beekhuizen van Ketenstandaard zit de overkoepelende uitdaging in het slim combineren van wetgeving, standaarden en databronnen. Data moet één keer goed worden vastgelegd bij de bron en vervolgens digitaal beschikbaar zijn voor de hele keten. Enkele van de standaarden die vandaag de dag alom gebruikt worden in de bouw passeerden natuurlijk ook de revue, namelijk: ETIM, DICO, GS1 en STABU-classificaties.
Transparantie en datakwaliteit
De DPP-wetgeving verplicht fabrikanten om transparant te zijn en dat kent op dit moment wel uitdagingen. Samen hadden we niet alle antwoorden. Want hoe zit het bijvoorbeeld met ‘fabrikantreceptuur’ van producten? Europa stuurt nadrukkelijk op meer inzicht in productsamenstelling en grondstoffen, de circulariteit en milieuprestaties.
Enkele van de core-beweegredenen van de EU:
- Circulaire economie stimuleren – afvalberg verkleinen: het DPP moet helpen om materialen makkelijker te hergebruiken, repareren of recyclen.
- Transparantie vergroten: consumenten en bedrijven krijgen inzicht in de ecologische voetafdruk en materialen van een product.
- Duurzaamheid verhogen: door productinformatie toegankelijk te maken, worden producenten gestimuleerd om duurzamere en/of beter repareerbare producten te ontwerpen.
- Wettelijke conformiteit: het biedt een gestandaardiseerde manier om te bewijzen dat een product voldoet aan Europese eisen op het gebied van milieu en veiligheid en beschermt daarmee ook beter de interne markt.
Voorbeelden van gegevens in een DPP:
- Materialen en onderdelen: waaruit bestaat het product?
- Herkomst: waar en hoe is het geproduceerd?
- Reparatie-informatie: hoe kan het worden hersteld?
- Recyclinginstructies: hoe moet het worden verwerkt (of hergebruikt) aan het einde van de levensduur.
Terug naar de bijeenkomst…
Tegelijkertijd ontstond discussie over de vraag hoe ver die transparantie moet gaan. Welke informatie is nodig voor hergebruik en recycling? En welke informatie raakt aan concurrentiegevoelige bedrijfsinformatie?
In de gesprekken kwamen praktijkvoorbeelden voorbij over samenstellingen van producten, herkomst van grondstoffen, verpakkingsdata (hier komt de PPWR verordening om de hoek kijken) en productielocaties.
De rode draad is dat de sector begrijpt wat de noodzaak van betere data-uitwisseling is, maar zoekt nog naar werkbare afspraken over toegang, eigenaarschap en detailniveau van informatie.
Zoals eerder vermeld komt datakwaliteit nadrukkelijk aan bod. De sector werkt nu nog vaak met losse pdf-documenten en verschillende databronnen naast elkaar. Het DPP vraagt juist om gestructureerde en machineleesbare data. Systemen moeten productinformatie automatisch kunnen uitwisselen zonder handmatige vertaalslagen (machine-to-machine).
BMI deelt praktijkervaringen
Tijdens deze middag hebben we een interview opgezet met Wim Hunting van BMI Group. BMI werkt samen met Ketenstandaard en TNO aan een proef rondom het DPP. Daarbij is gekeken hoe een digitaal productpaspoort in de praktijk kan werken voor een specifiek product. Volgens Wim is de belangrijkste reden om nu al te starten simpel: het DPP is onvermijdelijk. De organisatie wil daarom liever vooroplopen dan later ingehaald worden door nieuwe verplichtingen. En dat straalt ook af naar de sector.
De ‘proef’ leverde volgens Wim nu al veel waardevolle inzichten op. Een groot deel van de benodigde productinformatie bleek al beschikbaar te zijn via bestaande systemen (en ETIM-classificaties). Toch werd ook duidelijk dat bepaalde data nog ontbreekt of lastig beschikbaar is. Vooral informatie over verpakkingen, gerecyclede content en specifieke samenstellingen blijkt in veel organisaties nog niet structureel opgeslagen. Wim gaf daarbij aan dat het liefst alle informatie vanuit één centrale omgeving beschikbaar komt, bijvoorbeeld via een PIM-systeem.
Live demo maakt DPP concreet
Tijdens de live demo van Peter Veldhuizen van Zeeboer werd zichtbaar hoe een DPP er technisch uit kan zien. Let wel: Peter bouwde een AI-tool om via een testcase de informatiestroom inzichtelijk te maken (waarin absoluut nog fouten zitten). De tool en presentatie maakten het veel begrijpelijker. Aan de hand van een BMI-product liet Zeeboer zien hoe productinformatie, milieudata en technische documentatie gekoppeld kunnen worden binnen één digitale structuur. Daarbij werd gewerkt met machineleesbare bestanden, gekoppeld aan bestaande standaarden en databronnen.
De demo maakte zichtbaar dat veel bouwbedrijven nog vroeg in deze ontwikkeling zitten. Deze live demo leverde veel onderlinge discussie op.
Sector zoekt gezamenlijke aanpak
De themamiddag maakte duidelijk dat het onderwerp volop leeft in de sector.
De discussies gingen diep de inhoud in en lieten zien dat producenten, handel, bouwer, verwerker en softwarepartijen allemaal redelijk uniform naar het DPP en de implementatie ervan aankijken. Betrouwbare brondata wordt cruciaal. De producent blijft de belangrijkste bron van productinformatie.
Veel vraagstukken rondom datakwaliteit, toegang, circulariteit en standaardisatie zijn nog volop in ontwikkeling. Juist daarom zijn praktijkervaringen vanuit de sector belangrijk voor de verdere uitwerking van standaarden en Europese regelgeving.
De komende periode zal steeds duidelijker worden welke informatie Europa exact gaat verplichten per productgroep. De EU is zelf nog zoekende en uit opgedane ervaringen zal uitwijzen wat de bouwsector (ook) moet gaan doen.
Namens Hibin bedankte Ad Blokker Eduard Beekhuizen (Ketenstandaard), Peter Veldhuizen (Zeeboer) en Wim Hunting (BMI Group). Dank aan alle deelnemers voor hun bijzondere bijdragen.