Artikel 3: Een nieuwe kijk op productiviteit: wie spreekt wie?
04.08.2026 / Netwerk Bouwtoelevering,

Artikel 3: Een nieuwe kijk op productiviteit: wie spreekt wie?

Artikel 3: Een nieuwe kijk op productiviteit: wie spreekt wie?

Wanneer organisaties productiviteit willen verhogen, is de reflex vaak voorspelbaar. Er wordt gekeken naar KPI’s, leiderschap, processen en systemen. Allemaal begrijpelijk. Maar soms ligt de kern elders. Niet in wat mensen zouden moeten doen, maar in hoe hun omgeving ontmoeting en afstemming mogelijk maakt.

Dat maakt het onderzoek van Benjamin Waber zo interessant. Juist zijn analyse van drie vergelijkbare vestigingen laat zien dat prestaties niet alleen afhangen van individuele kwaliteit of formele inrichting, maar ook van de manier waarop mensen elkaar in het dagelijks werk treffen.

Drie vestigingen, één vraag

Waber keek naar drie vestigingen van een grote Europese bank. De werkzaamheden waren sterk vergelijkbaar. De systemen, formele doelen en context liepen weinig uiteen. Dat maakte de casus bijzonder geschikt om te onderzoeken waar verschillen in prestaties dan wel vandaan komen.

In plaats van direct te kijken naar leiderschapsstijl of formele structuur koos Waber voor een andere ingang. Hij bracht de sociale organisatie in kaart. Wie sprak met wie? Hoe vaak? Welke patronen van interactie ontstonden er in de praktijk?

Dat leverde drie verschillende sociogrammen op. Niet drie versies van hetzelfde plaatje, maar drie duidelijk andere sociale werkelijkheden. En daarmee ook drie verschillende condities voor samenwerking, kennisuitwisseling en productiviteit.

Nabijheid is geen detail

De meest opvallende les uit deze casus is hoe groot de invloed van fysieke en sociale nabijheid blijkt te zijn. In de sterkste vestiging zagen we een netwerk waarin mensen elkaar relatief breed en regelmatig ontmoetten. In de zwakste vestiging zaten groepen veel meer van elkaar gescheiden. Dat had directe gevolgen voor de kwaliteit van samenwerking.

Dat is een belangrijk inzicht, juist omdat organisaties fysieke nabijheid vaak behandelen als logistiek detail. Alsof het niet veel uitmaakt waar mensen zitten, zolang de structuur en taakverdeling maar helder zijn. Waber laat iets anders zien. Kleine barrières in de fysieke omgeving kunnen grote gevolgen hebben voor de sociale organisatie van werk.

Dat maakt zijn onderzoek ook zo bruikbaar voor veranderopgaven. Want zodra je erkent dat ontmoeting geen bijzaak is, wordt de vraag anders. Niet alleen: hebben mensen dezelfde doelen? Maar ook: komen zij elkaar überhaupt tegen? Ontstaat er gelegenheid voor korte afstemming, informele hulp en spontane kennisuitwisseling?

Productiviteit is ook een sociaal vraagstuk

Wat dit onderzoek overtuigend laat zien, is dat productiviteit niet alleen een kwestie is van harder werken. Zij is ook een uitkomst van de kwaliteit van het netwerk waarin mensen functioneren.

Veel organisaties zoeken prestatiewinst in extra sturing, nieuwe dashboards of scherpere doelstellingen. Terwijl het soms effectiever is om te kijken waar ontmoeting stokt en samenwerking daardoor onnodig moeilijk wordt.

Wanneer mensen elkaar niet treffen, wordt afstemming formeler, trager en zwaarder. Wanneer zij elkaar wel treffen, ontstaan sneller kleine interacties die werk vooruithelpen. Een korte vraag, een snelle check, een opmerking tussendoor. Juist die kleine momenten maken vaak een groot verschil.

De context is hier dus niet alleen cultureel of psychologisch, maar ook ruimtelijk en sociaal. De inrichting van werk doet actief mee in de vraag of mensen productief en samenhangend kunnen handelen.

De fysieke omgeving beïnvloedt de sociale omgeving

Wat deze casus extra sterk maakt, is dat zij laat zien hoe fysieke omgeving en sociale omgeving in elkaar grijpen. Wie ver uit elkaar zit, spreekt elkaar minder. Wie elkaar minder spreekt, wisselt minder uit. En waar minder uitwisseling plaatsvindt, vallen prestaties en innovatie eerder terug.

Dat maakt fysieke inrichting tot een gedragsvraagstuk. Niet omdat iedere organisatie nu direct de muren moet verplaatsen, maar omdat het helpt om preciezer te kijken naar de drempels die samenwerking bemoeilijken. Een trap, een gang, een andere verdieping of een gescheiden lunchstroom: het lijken kleine dingen, maar zij hebben vaak meer invloed dan organisaties veronderstellen.

Juist daarom spreekt dit onderzoek zo tot de verbeelding. Het laat zien dat betere prestaties soms niet beginnen bij een inspirerende speech of een nieuw systeem, maar bij een slim ontwerp van ontmoeting.

Praktische handreikingen

  • Kijk bij productiviteitsvraagstukken niet alleen naar taken en doelen, maar ook naar patronen van ontmoeting.
  • Onderzoek waar fysieke afstand samenwerking onnodig moeilijk maakt.
  • Neem informele interactie serieus als bron van afstemming, kennisdeling en tempo.
  • Behandel de inrichting van werkplekken niet als neutraal, maar als actieve gedragsprikkel.
  • Zoek niet alleen naar grote reorganisaties, maar ook naar kleine ingrepen die ontmoeting waarschijnlijker maken.

De grote kracht van dit onderzoek is misschien wel dat het organisaties helpt om productiviteit minder mechanisch te bekijken. Niet als iets dat je eenvoudig kunt opvoeren door harder te meten of scherper te sturen, maar als iets dat mede ontstaat in de sociale architectuur van werk. Wie dat eenmaal ziet, kijkt ook anders naar verandering.

Over de auteur

Thijs Leenman is organisatiepsycholoog en begeleidt
organisaties bij leiderschaps- en verandervraagstukken.
Meer artikelen en inzichten vind je op www.verander-gedrag.nl.
Wie eens wil doorpraten over een keynote, sessie of adviestraject,
kan daar contact opnemen.

Bronnen

  • Humanyze. (2021). Workplace analytics and organizational performance. Humanyze.
  • Waber, B. (2013). People analytics: How social sensing technology will transform business and what it tells us about the future of work. FT Press.
Auteur Thijs Leenman