Wet “Meer zekerheid flexwerkers” een feit
Wet “Meer zekerheid flexwerkers” een feit
De Eerste Kamer heeft 7 juli ingestemd met de wet ‘meer zekerheid flexwerkers’. Werknemers met een flexibel arbeidscontract krijgen daardoor per 1 januari 2028 meer zekerheid over hun inkomen en werktijd. Door deze wet komen er strengere regels voor tijdelijke contracten. Oproepcontracten worden vervangen door contracten met een minimumaantal uren dat standaard wordt betaald en ingeroosterd.
Met deze nieuwe wet wordt het uitgangspunt dat tijdelijke contracten alleen bedoeld zijn voor tijdelijk werk. Na drie tijdelijke contracten mag er drie jaar lang geen tijdelijk contract meer worden afgesloten tussen werkgever en werknemer. Nu ligt die grens nog op zes maanden. Met deze wijziging worden draaideurconstructies nagenoeg onmogelijk.
In plaats van nulurencontracten komt er een bandbreedtecontract. Daarin wordt een minimum- en een maximumaantal uren afgesproken, waarbij het verschil maximaal 30% is. Dit betekent dat bij een minimum van 10 uur het maximum 13 uur is. Oproepen die boven het maximum uitkomen, mogen door de werknemer worden geweigerd. Als er structureel meer wordt gewerkt, moet een contract met een hoger aantal uren worden aangeboden. De wet kent wel een uitzondering voor bijbanen van mensen met een andere hoofdactiviteit, zoals AOW-gerechtigden, scholieren en studenten.
Mensen die via een uitzendbureau werken, moeten minimaal gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden krijgen als mensen die regulier in dienst zijn. Dit volgde voor beloning al uit een uitspraak van het Europees Hof van Justitie en wordt nu voor alle arbeidsvoorwaarden vastgelegd in de Nederlandse wet. Dit onderdeel treedt eerder in werking, op 31 december 2026. Ook worden de meest onzekere fases van uitzendwerk verkort. Tot slot krijgt de minister de mogelijkheid om in te grijpen als er sprake is van structurele onderbetaling in de uitzendsector.
Samen met enkele andere wetsvoorstellen vormt dit voorstel een hervorming van de Nederlandse arbeidsmarkt die moet zorgen voor meer zekerheid voor werknemers en meer wendbaarheid voor ondernemers. Het is het tweede wetsvoorstel uit het arbeidsmarktpakket dat is aangenomen. Eerder werd de wet invoering rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief aangenomen.